Deze dag wordt verzorgd door de sponsoren van Lomoz.

De voorzitter van Lomoz, Lucy Dijkman, opent de vergadering en heet iedereen welkom.
De dag wordt geopend met een presentatie door mr. drs. Harry Leutscher.
Hij schetst enkele ontwikkelingen zoals genoemd op Prinsjesdag 2014.

  • De zorgpremie gaat omhoog (naar 1211 euro per jaar) (Bij sommigemaatschappijen krijgen cliënten geld terug als de kosten niet zijn toegenomen)
  • Het eigen risico stijgt (naar 375 euro): Patiënten zijn misschien terughoudender.
  • Wijkverpleegkundige komt in het basispakket: Daarmee wordt de eerste stap gezet naar de hervorming van de zorg. Het accent verschuift naar de eerste lijn.
  • Per 1 januari 2015 gaat V&V/Thuiszorg ook in het basispakket (lijfgebonden zorg).
  • Per 1 januari is er een wijziging van WLZ en de Jeugdwet. (naar WMO 2015).
  • Er worden begrijpelijke zorgnota's geëist. In de praktijk is dat lastig. De kostenstructuur van organisaties moet op elkaar worden afgestemd.
  • Fraude wordt aangepakt.
  • Er komt 75 miljoen beschikbaar voor huishoudelijke hulp.

De zorguitgaven zijn gedaald.
Men wil minder uitgeven aan geestelijke gezondheidszorg. Behandelingen worden pragmatischer.

Actuele ontwikkelingen zijn:
Een groeiende zorgvraag door de vergrijzing.
Onbetaalbaarheid van zorg.
Vergroting van marktwerking: De marktwerking is wel geïntroduceerd, maar het is nog behoorlijk gereguleerd.
Autonoom oud worden: Dat wil iedereen, maar je wil wel kwaliteit van zorg en leven.
Een groeiend tekort aan professionals en specialisten: Er moet iets gebeuren met de organisatie van de zorg.
Er is een andere houding bij zorgverzekeraars. De druk in  de zorg wordt opgevoerd. Er wordt aanbesteed.
Veranderde verhouding tussen patiënt en arts.
Groeiende regeldruk vanuit de overheid.
Vergroten kennis en technologische mogelijkheden (robotisering/domotica).
Er zijn gevolgen voor zorgorganisaties:
Efficiency en productiviteit worden vergroot.
Fusies en reorganisaties.
Je moet een vernieuwende heldere visie ontwikkelen en uitdragen.
De visie moet vertaald worden in het strategisch beleidsplan.
Er moeten keuzes gemaakt worden, wat ga je wel en wat ga je niet doen.
De administratieve regeldruk moet verlaagd.
Je moet weten om te gaan met capaciteitsproblemen.
De zorg is van korte duur en wordt verplaatst naar thuissituaties.
Gaat de functie verpleegkundige veranderen?
Je gaat van instelling naar zorgbedrijf.
Door de veranderende vraag moet je de organisatie herijken.
Er is scheiding van zorg en wonen. Zorgbedrijven worden verhuurder van ruimte, geld komt via verstrekkingen.
Algemene ziekenhuizen denken dat zij het middelpunt zijn van de zorg. Die zullen erachter komen dat er een verschuiving is naar de eerste lijn.
In hoeverre wordt er binnen de organisatie gesproken over verbinding van het ziekenhuis met de eerste lijn. Als dat niet gebeurt, mist men de boot.

Je ziet veel gestimuleerde fusies.
Er is soms nog interne gerichtheid. Een strijd tussen medisch specialisten, doelgroepen, gericht op interne discussies.
De politiek verdeelt kennis op basis van eigen belangen (locatie, SEH).
Er is sprake van uitbesteding van productie, een andere organisatie van laboratoria.
Er is stroomlijning van interne werkprocessen (EPD/ICT)
Concentratie en reductie van secundaire processen.
Wat gaat flexibiliteit betekenen voor medewerkers. Wat gebeurt er met de functie?
Hoe wordt de rol, positie en werkrelatie met de medisch specialist?

Wat gebeurt er buiten?

  • Zorg op maat en in de buurt. Zorg dicht bij de burger
  • Wakker worden van gemeentes. Gemeentes worden zich ervan bewust dat er een visie moet komen op lokale gezondheidszorg: een gemeente kan bijv. aandelen kopen, mocht het ziekenhuis een B.V. worden.
  • Ondernemende en regisserende huisartsen en wijkverpleegkundigen. Zij zijn beter in staat tot zorg op maat. De diabetesverpleegkundige gaat naar de wijk. De specialist gaat naar de wijk.
  • Andere rol zorgverzekeraars. Zij hebben van de minister de taak gekregen om de zaken op te schudden.

Wat zijn de thema's waarover je moet nadenken als OR.

  • Is onze organisatie bezig een krachtenveldanalyse te maken. (fuseren we om de slag naar de buitenwereld te kunnen winnen, is de strategie daarop afgestemd)
  • Externe gerichtheid van de organisatie.
  • Vastgoed discussie. Loopt het pand straks leeg. Wat doe je met het gebouw als er minder bedden zijn.
  • Eigendoms- en besturingsfilosofie discussie. Wie is eigenaar? De medisch specialist, de medewerker, de gemeente, zorgverzekeraars? Hoe kan je tot besluitvorming komen. Betrek je de huisartsen erbij.
  • Organisatiegedaante: Ben je straks een facilitair bedrijf, een netwerk, een instituut. Dat heeft te maken met positionering. Je moet je ervan bewust zijn wat voor type bedrijf je bent. Kijk waar je goed in bent en kijk naar de mogelijkheden.
  • Flexibiliteit en employability van professionals. Het vak van verpleegkundige, fysiotherapeut, laboratoriummedewerker zal wijzigen qua inhoud en plek. Anders zullen er veel ontslagen komen. Willen de professionals dat. Flexibiliteit naar werktijd en werkplek.

Je moet hervormen, herijken en herpositioneren.

Wat moet de OR?
Zorgen dat hij een gelijkwaardige partner is.
Een eigen visie ontwikkelen
Rolverdeling duidelijk hebben.
Overzicht (analyse) van dwarsverbanden.
Richting bepalen (doel vaststellen).
Durf je het aan om een interessante gesprekspartner te zijn.

 Presentaties

140924 Presentatie Zorg Wiebe.pdf 609.95 KB 17/09/2015 12:27:05